15. Conclusie


Als we verder het gevoel hebben dat cultivatie ons laat lijden is dat omdat we niet weten dat laksheid ons zelfs meer zal laten lijden. Cultivatie houdt een korte periode van ijverige inspanning in, maar het brengt vrede en geluk voor eindeloze kalpa's. Een leven van laksheid en werk afschuiven resulteert in lijden voor vele aankomende levens.

Bovendien met het Zuivere Land als ons schip, welke angst is er dan dat we zullen terugtrekken? Wanneer we eenmaal de kracht van geduld met het niet-bestaan van wezens en fenomenen verkrijgen welke moeilijkheid kan ons dan nog storen? Wanneer we weten dat er zelfs in vroegere kalpa's overtreders in de hellen waren die in staat waren om zichzelf op Bodhi te aspireren, hoe kunnen wij als menselijke volgelingen van de Boeddha in dit leven falen om grote geloften te maken?

Sinds tijd zonder begin zijn we vertroebeld en verward geweest. Het is nutteloos om met onszelf te vechten over het verleden, maar we kunnen nu ontwaken, en in de toekomst kunnen we het goedmaken.

Aangezien dat we verward zijn en nog niet verlicht zijn, zijn we zeker meelijwekkend. Maar als we weten dat we moeten cultiveren maar we falen om te beoefenen dan zijn we helemaal zielig. Als we bang zijn voor het lijden in de hellen, zullen we vanzelfsprekend ijverig zijn. Als we ons het op handen zijnde van de dood herinneren zullen we niet lui worden. We moeten verder de Boeddhadharma als onze zweep nemen en goede vrienden vinden die ons aanmoedigen. Verlaat hen niet voor deze korte periode. Vertrouw op hen tot het einde van je leven. Dan hoef je niet bang te zijn dat je terugtrekt.

Zeg niet dat een gedachte een klein ding is. Heb niet het gevoel dat geloften leeg en nutteloos zijn. Als onze aspiraties echt zijn dan kunnen we onze doelen realiseren. Wanneer onze geloften een uitgestrekte reikwijdte hebben zal onze beoefening diep gaan. Lege ruimte is niet groot maar de ultieme aspiratie is gigantisch. Vajra is niet duurzaam maar geloftekracht is uiterst duurzaam.

Grote Assemblee! Als je werkelijk mijn woorden kan accepteren, dan vanaf nu af aan, zweer allemaal broederschap in het gevolg van Bodhi en signeer een verdrag van verwantschap in een lotusbloemgenootschap. We zweren om herboren te worden in het Zuivere Land, om gezamenlijk Amitabha Boeddha te zien, om gezamenlijk levende wezens te transformeren en om gezamenlijk Juiste Verlichting te bereiken.

Hoe weten we dat onze toekomstige perfectie van de tweeendertig kenmerken en de honderd gezegende versieringen niet op deze dag begint dat we deze aspiratie voortbrengen en onze geloften maken? Ik hoop dat de leden van de grote assemblee elkaar zullen aansporen. Wat een geluk! Hoe fortuinlijk we zijn.