7. De Vriendelijkheid van Donoren


Wat is indachtigheid van de vriendelijkheid van donoren? Geeneen van de materialen die we in ons dagelijks leven gebruiken behoord aan ons toe. Pap en rijst voor onze twee maaltijden, kledij voor de vier seizoenen, medicijnen voor onze ziekten - al de onkosten voor onze fysieke behoeften - worden bekostigd door de arbeid van anderen. Om ons te voorzien werken ze hard door de akkers om te ploegen, maar kunnen nauwelijks zelf rondkomen, terwijl wij comfortabel zitten om ons voedsel te ontvangen zijn we nog steeds ontevreden. Onze donoren spinnen en weven zonder te stoppen en ondergaan nog steeds ontberingen, terwijl wij comfortabel zijn met meer kleren dan dat we kunnen dragen. We zijn ons er zelfs ervan onbewust dat we datgene moeten koesteren dat we hebben.

Ze leven gedurende hun gehele levens in armzalige en nederige woningen tussen zenuwslopende herrie, terwijl wij in uitgestrekte binnenplaatsen en verlaten hallen verblijven te midden van verfijndheid en rust gedurende het gehele jaar. Ze offeren de vruchten van hun arbeid om onze ijdelheid te bekostigen; hoe kunnen onze harten vredig zijn? Is het redelijk om andermans zijn goederen te gebruiken om onze eigen lichamen te onderhouden? Als we falen om zowel meedogend en wijs te zijn en om onszelf te versieren met zowel zegeningen als wijsheid, zodat de gelovige donoren gezegend worden met vriendelijkheid en levende wezens verlossing verkrijgen, zelfs dan zal een rijstkorrel een schuld veroorzaken. Het zal moeilijk zijn om aan een slechte vergelding te ontsnappen.

Dit is de vierde reden en voorwaarde voor het voortbrengen van de aspiratie voor het verwezenlijken van Bodhi.