6. De Vriendelijkheid van onze Leraren en Ouderlingen


Wat is indachtigheid van de vriendelijkheid van onze leraren en ouderlingen? Mijn ouders baarde me en voedde me op, maar was het niet voor onderwijzers en ouderlingen dan zou ik niets van fatsoen en deugdzaamheid weten. Als het niet voor spirituele leraren en ouderlingen was dan zou ik niets van de Boeddhadharma begrijpen. Iemand die niets van fatsoen en deugdzaamheid weet kan als niets meer dan een dier beschouwd worden. Iemand die niets van de Boeddhadharma begrijpt is hetzelfde als een gewoon persoon. Nu kennen we de eerste beginselen van fatsoen en deugdzaamheid en hebben een oppervlakkig begrip van de Boeddhadharma.

De kashayasjerp bedekt onze lichamen; de verschillende voorschriften doordringen ons wezen. Wij hebben hen verkregen dankzij de diepgaande vriendelijkheid van onze leraren en ouderlingen. Als we een kleine verwezenlijking zoeken kunnen we slechts onszelf bevoordelen. Binnenin het Grote Voertuig is onze wens om alle wezens te bevoordelen. Op deze manier kunnen we zowel wereldlijke als wereldoverstijgende leraren en ouderlingen plezieren.

Dit is de derde reden en voorwaarde voor het voortbrengen van de aspiratie voor het verwezenlijken van Bodhi.