5. De Vriendelijkheid van onze Ouders


Wat is indachtigheid van de vriendelijkheid van onze ouders? Wee voor mijn ouders! Ik werd met veel moeite geboren. Ik werd negen maanden in de baarmoeder verzorgt en werd drie jaar aan de borst gevoed. Mijn bips werd afgeveegd en mijn luiers verschoond. Ik kreeg lekkernijen te eten terwijl mijn ouders bitter zwoegden. Alleen op deze wijze was ik in staat om op te groeien. Zij enkel hoopte dat ik de familienaam aanzien zou bezorgen en voort zou zetten en dat ik de rituele offeringen aan de voorouders zou voortzetten. Maar ik heb nu mijn huis en familie verlaten, en wordt onterecht een volgeling van Shakyamuni genoemd en heb het lef gehad om de titel van Shramana te aanvaarden. Ik offer geen lekkernijen aan mijn ouders noch veeg ik de graven van mijn voorouders. Gedurende hun levens kan ik hun niet voorzien in hun fysieke behoeften; nadat ze heengaan kan ik hun zielen niet begeleiden. Daardoor heb ik hun in deze wereld veel grief bezorgd en wanneer ze deze wereld verlaten kan ik hun niet helpen. Om te zorgen dat ze zo een dubbel verlies lijden is een ernstige overtreding. Hoe is het mogelijk dat ik de gevolgen kan vermijden!

Ik overdenk op deze manier: ik moet altijd het Boeddhapad cultiveren voor honderden kalpa's en gedurende duizenden levens en overal levende wezens redden door de gehele tien richtingen en de drie tijdsperioden. Ik zal niet alleen mijn eigen ouders van dit leven redden maar zal hetzelfde doen voor mijn ouders van ieder leven. Ik zal niet alleen een persoon zijn ouders redden maar ik zal iedereen zijn ouders redden.

Dit is de tweede reden en voorwaarde voor het voortbrengen van de aspiratie voor het verwezenlijken van Bodhi.