2. De Acht Aspecten van een Aspiratie


Ik, de onwaardige Shr Syan, een nietige, onbeduidende Sanghan, huilt bloed en buigt neer tot de grond, spoort de grote assemblee van hedendaagse mannen en vrouwen van zuiver geloof aan: luister alstublieft naar en denk na over wat ik zo ga zeggen.

We hebben gehoord dat het besluiten van het bewustzijn het voornaamste is onder de essentiele deuren voor het betreden van het Pad, en dat het maken van geloften het eerste is onder de cruciale zaken bij cultivatie. Door geloften te maken kunnen we levende wezens redden. Door de aspiratie in onze bewustzijnen voort te brengen kunnen we het Pad van de Boeddha verwezenlijken. Als we er niet voor zorgen dat onze aspiratie vastberaden is en dat onze geloften onwrikbaar zijn, dan zullen we op het draaiende wiel blijven voor zoveel kalpa's als er stofkorrels zijn. Elke cultivatie zal enkel bitter gezwoeg zijn zonder enig resultaat.

Zoals de Avatamsaka Soetra zegt, "Als je je aspiratie voor Bodhi vergeet zal je cultivatie van zelfs heilzame dharma's het karma van demonen worden." Hierdoor weten we dat het vergeten van onze aspiratie voor Bodhi zelfs slechter is dan om nooit de aspiratie voortgebracht te hebben.

Dus we weten dat iemand die wenst om het Voertuig van de Tathagata's te bestuderen zonder treuzelen eerst de geloften van een Bodhisattva moet maken. Maar aspiraties en geloften zijn verschillend en ze hebben vele aspecten. Als ze niet verduidelijkt worden, hoe kunnen we dan weten welke kant we op moeten? Ik zal ze nu in het algemeen voor de grote assemblee uitleggen. Er zijn acht aspecten van een aspiratie: onjuist, juist, echt, nep, groot, klein, gedeeltelijk en volledig.

Wat wordt er bedoeld met onjuist, juist, echt, nep, groot, klein, gedeeltelijk en volledig?

De aspiratie van een cultiveerder is onjuist als hij in zijn beoefening niet zijn eigen bewustzijn bestudeerd maar enkel zich bewust is van externe zaken. Misschien zoekt hij voordelen en offeringen, houdt van roem en een goede reputatie, is gierig voor objecten van plezier in het heden, of hij hoopt op beloningen in de toekomst. Een aspiratie als dit is onjuist.

Wanneer een cultiveerder evenmin voordeel noch roem zoekt en heeft geen hebzucht voor zowel plezier als voor beloningen, maar wenst enkel de aangelegenheid van geboorte en sterven te beslechten en om Bodhi te realiseren dan is zijn aspiratie juist.

Als hij in moment na moment het pad van de Boeddha's boven hem zoekt; in gedachte na gedachte transformeert hij levende wezens beneden zich; als hij hoort dat het pad naar Boeddhaschap lang en ver is, maar zich niet in angst terugtrekt; als hij ziet dat wezens moeilijk te transformeren zijn, maar raakt niet ontmoedigd; als hij voortgaat alsof hij een tienduizend kilometer hoge berg beklimt, vastberaden om de top te bereiken; of voortgaat alsof hij een negen verdiepingen hoge stupa beklimt, vastberaden om de top te bereiken, dan is zijn aspiratie echt.

Als hij overtredingen begaat maar berouw geen spijt; als hij fouten heeft maar verandert hen niet; als hij troebel is van binnen maar houdt de schijn op van zuiverheid; als hij in het begin ijverig is maar is later laks; als hij goede bedoelingen heeft maar mengt hen met het verlangen naar roem en voordelen; als hij heilzame beoefeningen beoefent, maar verontreinigt hen met het karma gecreŽerd door het begaan van overtredingen, dan is zijn aspiratie nep.

"Wanneer het rijk van levende wezens tot zijn eind is gekomen zullen mijn geloften beeindigd zijn. Wanneer het Bodhipad is verwezenlijkt zullen mijn geloften volbracht zijn." Zo een aspiratie is groot.

Als hij het Drievoudige Rijk als een gevangenis beschouwd; Als hij geboorte en sterven als een vijand behandeld; als hij enkel zichzelf wenst te redden en geen wens heeft om anderen te redden, dan is zijn aspiratie klein.

Als hij levende wezens ziet als bestaand buiten zijn bewustzijn; als hij anderen wenst te redden en om Boeddhaschap te verwezenlijken, maar vergeet niet zijn eigen accumulatie van verdienste en ontdoet zich niet van zijn eigen wereldlijke kennis en standpunten, dan is zijn aspiratie gedeeltelijk.

Als hij weet dat zijn eigen aard hetzelfde is als levende wezens en zweer daarom hen te redden; als hij weet dat zijn eigen aard hetzelfde is als het Boeddhapad en zweer het daarom te realiseren; als hij niet een ding ziet als bestaand gescheiden van het bewustzijn; als zijn bewustzijn als lege ruimte is; als hij geloften maakt die als lege ruimte zijn; als hij beoefeningen cultiveert die als lege ruimte zijn; als hij een realisatie bereikt als lege ruimte, en houdt toch niet vast aan de karakteristieken van lege ruimte, dan is zijn aspiratie volledig.

Nadat we deze acht aspecten van een aspiratie hebben begrepen, moeten we weten hoe we hen moeten onderzoeken en overdenken. Wanneer we weten hoe we hen moeten onderzoeken en overdenken, weten we wat we moeten houden en verwijderen. Wanneer we weten wat we moeten houden en verwijderen, kunnen we de aspiratie in onze bewustzijnen voortbrengen.

Wat betekent het om "hen te onderzoeken en te overdenken?" We moeten onszelf vragen, "Welke van deze acht aspecten heeft mijn aspiratie? Is mijn aspiratie onjuist of juist, echt of nep, groot of klein, gedeeltelijk of volledig?" Wat betekent het om "te houden of te verwijderen?" Het betekent dat we het onjuiste, het neppen, het kleine en het gedeeltelijke verwijderen, en dat we het juiste, het echte, het grootte en het volledige houden. Om op deze wijze een aspiratie te maken is waarlijk en correct het voortbrengen van de aspiratie voor Bodhi in het bewustzijn.